Rode schouw 87, 4661 VE HALSTEREN Telefoon 0164 682040

Home

Contact
Nieuwsbrief
Het team
Klassenouders
 Spraak/taalklas
Agenda
Activiteitenboekje
Schoolgids
Woodpeckerklas
Taakspel
Reunie 2011
 
                                                  
Fotoalbum Rode Schouw
 
     
Boekenwebshop
 
 

Info over hoofdluis

 
 
 

               

Bron: BN de Stem editie zaterdag 23 november 2006

De kleiwaren van De Leeuw

Zaterdag 25 november 2006 - Trots placht Joop de Leeuw te zeggen dat op Schiphol draineerbuizen van De Leeuw lagen. Kleiwarenfabriek De Leeuw was bijna honderd jaar lang een economische factor van formaat in Halsteren. Heemkundekring Halchterth blikt met een expositie terug op de tijd dat de Halsterse ovens stenen, draineerbuizen en holle bouwstenen bakten.


Arbeiders van De Leeuw aan het werk in steenfabriek De Vlijt aan de Waterstraat. FOTO'S HEEMKUNDEKRING HALCHTERTH


In de jaren zeventig van de vorige eeuw doofde, met het sluiten van de laatste fabriek van De Leeuw, het vuur van de Halsterse aardewerkindustrie. Nu resten slechts namen als De Kannebuis, Leemput, Vogelenzang en Leeuwstraat. Maar toen de werkgroep genealogie van Halchterth onlangs stamboomonderzoek naar familie De Leeuw deed, was het idee om daar als heemkundekring wat meer mee te doen snel geboren. Want De Leeuw had betekenis. „In de diverse fabrieken werkten in het begin van de vorige eeuw tussen de 125 en 150 mensen. Dat is veel voor een dorp als Halsteren in die tijd“, zegt Henk van Aert van Halchterth.



De Halsterenaar is begaan met de geschiedenis van zijn dorp. Ook over De Leeuw verzamelde hij in de loop der jaren veel materiaal. En in 1987 interviewde hij Joop de Leeuw, de laatste eigenaar die enkele jaren geleden op hoge leeftijd overleed.



Rebel

Zijn opa Frederic de Leeuw kocht in 1883 steenfabriek De Vlijt aan de Waterstraat van Cornelis Verkouteren. Die Verkouteren was een geval apart, zegt van Aert. De Bergenaar was pottenbakker, maar vooral ook een rebel die niks op had met de regel van de Bergse pottenbakkers dat enkel gebruiksvoorwerpen mochten worden gebakken. Na diverse conflicten besloot Verkouteren te verkassen en streek in Halsteren neer om de door hem gewenste draineerbuizen te kunnen maken. Ook was hij eigenaar van steenfabriek Zoomvliet in Wouwse Plantage, een zaak die hij in 1882 verkocht aan de zwager van Frederic de Leeuw, Joop Verdussen. Ook De Leeuw ging draineerbuizen maken, die met name aftrek in de landbouw vonden. Hij overleed vroeg en werd opgevolgd door zijn vrouw en zoon Joop. Joop, in Halsteren Jom genoemd, bouwde, samen met twee broers, de kleiwarenfabriek met verve uit. De lijst mag er wezen. In 1910 kocht hij steenfabriek De Melanen. In 1916 opende hij aan de Dorpsstraat een nieuwe fabriek, Vogelenzang. In 1918 huurde De Leeuw voor tien jaar steenfabriek Zoomvliet in Wouw, in 1928 kocht hij het hele spul zelfs. In 1926 nam hij de betonfabriek van Jan van Beers over en in 1929 werd De Leeuw eigenaar van de bekende Bergse sieraardewerkfabriek De Kat. Ook was steenfabriek Klaverblad aan de Buurtweg in het bezit van de familie, waar onder meer ook bloempotten en duivenpannen werden gemaakt.


Kortom, Jom de Leeuw had graag wat omhanden. Zijn zoon Joop in 1987 tegen Van Aert: ‘Hij had de drift om te kopen wat te koop was’. „Een eigenschap die zich naar verluidt niet enkel tot zijn werkzame leven beperkte“, aldus Van Aert.

De vooruitstrevendheid uitte zich ook op andere gebieden. Omdat het in de winter vaak te koud was om met klei te werken, zocht De Leeuw voor die periode elders emplooi en vond dat in het vervaardigen van houten raamwerken voor boeren. Zo hield hij zijn mensen ook in de wintermaanden aan het eten.

Maar hij was ze soms ook op ander gebied van dienst. „Niet dat hij ze meer dan een ander betaalde“, zegt Van Aert, „maar wel dat ze konden wonen. De Leeuw bouwde enkele tientallen woningen voor zijn mensen in Halsteren, waaronder acht huisjes die door zijn werknemers liefkozend de Acht Zaligheden werden genoemd. De huisjes staan aan de Fabriekstraat maar op een steenworp afstand heet nu een straat Achtzaligheden. Je kunt zeggen dat het sociaal was wat hij deed, maar aan de andere kant was het natuurlijk vooral ook eigenbelang om over voldoende werknemers te beschikken.“



Zwaar werk

Daar tegenover stond dat het werkzame leven soms keihard was. Het winnen en bewerken van de klei - onder meer aan de Waterstraat is de afgraving in de Brabantse wal nog zichtbaar - was zeker als het koud en nat was zwaar werk, terwijl het personeel bij de ovens in snikhete omstandigheden moest werken. Van Aert: „We hebben reacties gehad van oud-werknemers die zeiden dat ze het heel leuk vonden dat er een expositie kwam en dat ze zeker zouden komen kijken. Maar ik weet ook zeker dat er mensen zijn die bewust niet komen omdat ze er helemaal geen leuke herinneringen aan hebben.“

Uit het gesprek Met De Leeuw bleek Van Aert dat werknemers in 1929 druk waren geweest met het leegruimen van de rijkelijk gevulde magazijnen van De Kat, de bekende - en laatste - aardewerkfabriek van Bergen op Zoom. De producten van De Kat zijn vandaag de dag heel wat waard. „Volgens De Leeuw zijn na de overname de magazijnen leeggehaald. Alle oude mallen en modellen, soms wel zestiende eeuws, zijn in een leemput gestort onder het huidige Zuneha-terrein in Halsteren. Volgens De Leeuw zit daar voor miljoenen in de grond.“

Zijn vader overleed in 1938, waarna Joop samen met twee broers de zaak voortzette. Eigenlijk zat de klad er toen al een beetje in. Behalve draineerbuizen maakte de fabriek na de oorlog ook holle bouwstenen. De landbouw ging in toenemende mate over op buizen van andere makelij, zoals kunststof, een slag die De Leeuw miste. Ook in de stenenproductie was de concurrentie moordend.

De Leeuw hoopte het tij te keren door de concurrentie om te buigen in branchesamenwerking. Hij slaagde daar ook in, maar het bleek niet genoeg om te overleven. Sommige pottenbakkers bleven op de been, maar met alle buizenbakkers was het gedaan.

Volgens Van Aert zag Joop de Leeuw het einde op tijd naderen. „En hij heeft de zaak toen langzaam afgebouwd. De Vlijt, waar het allemaal begon, was de laatste fabriek die sloot.“

Bossen

De Leeuw ging in Ossendrecht wonen, waar de familie veel bossen bezat om genoeg stookhout voor de ovens te hebben. Het pakte ineens uit als een prima investerin toen het zand in het bos van zulke goede kwaliteit bleek dat de Ossendrechtse steenfabriek Dennenheuvel - inmiddels ook al dicht - alles kocht.


Bron: BN de Stem editie zaterdag 23 november 2006.

Meer over de geschiedenis van Halsteren, www.heemkundekring.nl

 

Inschrijven nieuwsbrief

 

 

vorige pagina

                                        

Direct naar groep

Groep 1/2 Groep 6
Groep 3a Groep 7a
Groep 3b Groep 7b
Groep 4 Groep 8a
Groep 5 Groep 8b
 

 


In samenwerking met Zo, bieden wij  Overblijf mogelijkheid, & buitenschoolseopvang  

Aanmeldformulier ZO TSO