Bron: BN de Stem editie zaterdag 23 november 2006
De kleiwaren van De Leeuw
Zaterdag 25 november 2006 - Trots placht Joop de Leeuw te zeggen dat op Schiphol draineerbuizen van De Leeuw lagen. Kleiwarenfabriek De Leeuw was bijna honderd jaar lang een economische factor van formaat in Halsteren. Heemkundekring Halchterth blikt met een expositie terug op de tijd dat de Halsterse ovens stenen, draineerbuizen en holle bouwstenen bakten.

Arbeiders van De Leeuw aan het
werk in steenfabriek De Vlijt aan de Waterstraat. FOTO'S
HEEMKUNDEKRING HALCHTERTH
In de jaren zeventig van de vorige eeuw doofde, met het sluiten
van de laatste fabriek van De Leeuw, het vuur van de Halsterse
aardewerkindustrie. Nu resten slechts namen als De Kannebuis,
Leemput, Vogelenzang en Leeuwstraat. Maar toen de werkgroep
genealogie van Halchterth onlangs stamboomonderzoek naar familie
De Leeuw deed, was het idee om daar als heemkundekring wat meer
mee te doen snel geboren. Want De Leeuw had betekenis. „In de
diverse fabrieken werkten in het begin van de vorige eeuw tussen
de 125 en 150 mensen. Dat is veel voor een dorp als Halsteren in
die tijd“, zegt Henk van Aert van Halchterth.

De Halsterenaar is begaan met de geschiedenis van zijn dorp. Ook
over De Leeuw verzamelde hij in de loop der jaren veel
materiaal. En in 1987 interviewde hij Joop de Leeuw, de laatste
eigenaar die enkele jaren geleden op hoge leeftijd overleed.

Rebel
Zijn opa Frederic de Leeuw kocht in 1883 steenfabriek De Vlijt
aan de Waterstraat van Cornelis Verkouteren. Die Verkouteren was
een geval apart, zegt van Aert. De Bergenaar was pottenbakker,
maar vooral ook een rebel die niks op had met de regel van de
Bergse pottenbakkers dat enkel gebruiksvoorwerpen mochten worden
gebakken. Na diverse conflicten besloot Verkouteren te verkassen
en streek in Halsteren neer om de door hem gewenste
draineerbuizen te kunnen maken. Ook was hij eigenaar van
steenfabriek Zoomvliet in Wouwse Plantage, een zaak die hij in
1882 verkocht aan de zwager van Frederic de Leeuw, Joop
Verdussen. Ook De Leeuw ging draineerbuizen maken, die met name
aftrek in de landbouw vonden. Hij overleed vroeg en werd
opgevolgd door zijn vrouw en zoon Joop. Joop, in Halsteren Jom
genoemd, bouwde, samen met twee broers, de kleiwarenfabriek met
verve uit. De lijst mag er wezen. In 1910 kocht hij steenfabriek
De Melanen. In 1916 opende hij aan de Dorpsstraat een nieuwe
fabriek, Vogelenzang. In 1918 huurde De Leeuw voor tien jaar
steenfabriek Zoomvliet in Wouw, in 1928 kocht hij het hele spul
zelfs. In 1926 nam hij de betonfabriek van Jan van Beers over en
in 1929 werd De Leeuw eigenaar van de bekende Bergse
sieraardewerkfabriek De Kat. Ook was steenfabriek Klaverblad aan
de Buurtweg in het bezit van de familie, waar onder meer ook
bloempotten en duivenpannen werden gemaakt.

Kortom, Jom de Leeuw had graag wat omhanden. Zijn zoon Joop in
1987 tegen Van Aert: ‘Hij had de drift om te kopen wat te koop
was’. „Een eigenschap die zich naar verluidt niet enkel tot zijn
werkzame leven beperkte“, aldus Van Aert.
De vooruitstrevendheid uitte zich ook op andere gebieden. Omdat
het in de winter vaak te koud was om met klei te werken, zocht
De Leeuw voor die periode elders emplooi en vond dat in het
vervaardigen van houten raamwerken voor boeren. Zo hield hij
zijn mensen ook in de wintermaanden aan het eten.
Maar hij was ze soms ook op ander gebied van dienst. „Niet dat
hij ze meer dan een ander betaalde“, zegt Van Aert, „maar wel
dat ze konden wonen. De Leeuw bouwde enkele tientallen woningen
voor zijn mensen in Halsteren, waaronder acht huisjes die door
zijn werknemers liefkozend de Acht Zaligheden werden genoemd. De
huisjes staan aan de Fabriekstraat maar op een steenworp afstand
heet nu een straat Achtzaligheden. Je kunt zeggen dat het
sociaal was wat hij deed, maar aan de andere kant was het
natuurlijk vooral ook eigenbelang om over voldoende werknemers
te beschikken.“
Zwaar werk
Daar tegenover stond dat het werkzame leven soms keihard was.
Het winnen en bewerken van de klei - onder meer aan de
Waterstraat is de afgraving in de Brabantse wal nog zichtbaar -
was zeker als het koud en nat was zwaar werk, terwijl het
personeel bij de ovens in snikhete omstandigheden moest werken.
Van Aert: „We hebben reacties gehad van oud-werknemers die
zeiden dat ze het heel leuk vonden dat er een expositie kwam en
dat ze zeker zouden komen kijken. Maar ik weet ook zeker dat er
mensen zijn die bewust niet komen omdat ze er helemaal geen
leuke herinneringen aan hebben.“
Uit het gesprek Met De Leeuw bleek Van Aert dat werknemers in
1929 druk waren geweest met het leegruimen van de rijkelijk
gevulde magazijnen van De Kat, de bekende - en laatste -
aardewerkfabriek van Bergen op Zoom. De producten van De Kat
zijn vandaag de dag heel wat waard. „Volgens De Leeuw zijn na de
overname de magazijnen leeggehaald. Alle oude mallen en
modellen, soms wel zestiende eeuws, zijn in een leemput gestort
onder het huidige Zuneha-terrein in Halsteren. Volgens De Leeuw
zit daar voor miljoenen in de grond.“
Zijn vader overleed in 1938, waarna Joop samen met twee broers
de zaak voortzette. Eigenlijk zat de klad er toen al een beetje
in. Behalve draineerbuizen maakte de fabriek na de oorlog ook
holle bouwstenen. De landbouw ging in toenemende mate over op
buizen van andere makelij, zoals kunststof, een slag die De
Leeuw miste. Ook in de stenenproductie was de concurrentie
moordend.
De Leeuw hoopte het tij te keren door de concurrentie om te
buigen in branchesamenwerking. Hij slaagde daar ook in, maar het
bleek niet genoeg om te overleven. Sommige pottenbakkers bleven
op de been, maar met alle buizenbakkers was het gedaan.
Volgens Van Aert zag Joop de Leeuw het einde op tijd naderen.
„En hij heeft de zaak toen langzaam afgebouwd. De Vlijt, waar
het allemaal begon, was de laatste fabriek die sloot.“
Bossen
De Leeuw ging in Ossendrecht wonen, waar de familie veel bossen
bezat om genoeg stookhout voor de ovens te hebben. Het pakte
ineens uit als een prima investerin toen het zand in het bos van
zulke goede kwaliteit bleek dat de Ossendrechtse steenfabriek
Dennenheuvel - inmiddels ook al dicht - alles kocht.
Bron: BN de
Stem editie zaterdag 23 november 2006.
Meer over de geschiedenis van Halsteren, www.heemkundekring.nl




